24 okt '16

Flexwerkers zijn niet zielig, volgens commercieel directeur Paul Haarhuis. Maar willen we mensen van werk naar werk helpen, dan moeten we de ervaringen van met name laagopgeleide flexkrachten wel beter gaan waarderen. 

 

Flex zit weer in het verdomhoekje. In de (lange) aanloop naar de verkiezingen krijgt de kiezer het droombeeld van de vaste baan als worst voorgehouden. De voorstellen die nu worden gedaan zullen de kloof tussen laag- en hoogopgeleiden in de praktijk verder vergroten. Willen we meer mensen van werk naar werk helpen, dan is het slimmer om de praktijkervaring van laagopgeleide flexkrachten beter te gaan waarderen.

De flexkracht en de ZZP’er zijn zielig. Dat is grofweg het beeld dat in de media naar voren komt. Ze zijn het onbedoelde slachtoffer van de Wet Werk en Zekerheid, kunnen vaak geen hypotheek afsluiten omdat ze door de bank als risico worden gezien en worden te weinig betaald waardoor ze niet in bijscholing kunnen investeren. Met name laagopgeleide flexkrachten volgen nauwelijks trainingen of cursussen om aan het werk te blijven, bleek onlangs uit een rapport van het Sociaal-Cultureel Planbureau. Dit vind ik een vertekening van de werkelijkheid, al klopt het wel dat veel mensen uit deze groep niet uit zichzélf aan bijscholing doen.

"Een goede set ‘skills’ wordt algemeen als onontbeerlijk beschouwd om in de toekomst aan het werk te blijven"

Paul Haarhuis is commercieel directeur bij Timing

Mijn ervaring vanuit de praktijk is dat slechts een klein percentage van de laagopgeleide flexkrachten in de vrije tijd cursussen wil volgen, ook wanneer deze volledig door de werkgever worden vergoed. Dit hoeft niet te verbazen. Niet iedereen houdt van leren of is er goed in. Je kunt iemand nou eenmaal niet verplichten. Maar wat dan wel? Een goede set ‘skills’ wordt algemeen als onontbeerlijk beschouwd om in de toekomst aan het werk te blijven. Ook in de laagbetaalde ‘doe’-banen waar binnen afzienbare tijd de voornaamste concurrentie van robots afkomstig zal zijn. Werkgevers dwingen om flexwerkers voor onbepaalde tijd in dienst te nemen is in elk geval niet de oplossing voor meer baanzekerheid. Al helemaal niet voor de groep laagopgeleiden. Die komt daardoor definitief aan de kant te staan.

Een oplossing ligt volgens mij eerder in het anders gaan aankijken tegen de flexkracht. Die is niet zielig of speelbal van de economische omstandigheden en moet zeker niet op die manier worden weggezet. We moeten mensen geen slachtofferschap aanpraten. Wie van baan naar baan gaat, zoals uitzendkrachten, doet veel verschillende soorten ervaring op. Dat gebeurt in veel verschillende werkomgevingen die steeds andere vaardigheden vragen. Bij iedere nieuwe opdrachtgever volgen flexkrachten om die reden ook een inwerktraining. Een actieve flexkracht verzamelt op deze manier in een redelijk tempo vaardigheden door flex te werken. Word bijvoorbeeld een schoonmaakuitzendkracht bij de ene opdrachtgever getraind in het gebruik van verschillende middelen, bij de volgende leert hij een schoonmaakmachine gebruiken. Of er wordt juist getraind op communicatieve vaardigheden omdat er in een openbare ruimte wordt gewerkt. Er wordt iedere keer iets nieuws bijgeleerd.

In tegenstelling tot cursussen en studies wordt er aan flexkrachten geen certificaat uitgedeeld of op een andere manier vastgelegd welke ontwikkeling iemand doormaakt. Wanneer dit wél inzichtelijk zou worden gemaakt en met elkaar gedeeld, dan ben ik er zeker van dat dit zowel de instroom naar werk als de doorstroom naar beter werk zal verbeteren. Een simpel systeem volstaat, denk bijvoorbeeld aan een schoonmaker + en een schoonmaker ++. Hoe meer plussen, hoe meer vaardigheden en ervaring. Voor de werkgever wordt het zoeken naar de juiste kandidaat vergemakkelijkt, terwijl de flexkracht zich beter kan onderscheiden van de concurrentie en zich bovendien ook gestimuleerd voelt dat te doen.

Er zit nog een extra voordeel aan: iedereen weet dat het goed is voor het zelfvertrouwen van mensen wanneer anderen je vorderingen opmerken en bevestigen. Een beetje meer zelfvertrouwen kan zomaar het duwtje zijn dat een mens nodig heeft om misschien nóg een stap verder te gaan en een zelfgekozen cursus of training te gaan volgen. En van mij mag dat best op kosten van de baas.

 

Bovenstaand artikel verscheen op 22 oktober in het Algemeen Dagblad

Vraag het ons!