3 jun '15

Vanaf 1 juli krijgen flexwerkers geld mee wanneer hun contract afloopt. Maar deze vergoeding helpt niet bij het vinden van nieuw werk, betoogt Commercieel Directeur Paul Haarhuis in dagblad Trouw van 3 juni 2015.

Wat je er ook van vindt: flex is here to stay.
De huidige economische opleving is er grotendeels aan te danken. De transitievergoeding die als onderdeel van de Wet werk en zekerheid op 1 juli wordt ingevoerd, druist helemaal in tegen deze werkelijkheid en schiet hierdoor volledig naast het doel.
In de aanloop naar 1 juli is het al een tijdje aan de gang: harde werkers zonder speciale expertise en vast contract worden de dupe van de transitievergoeding die deze zomer de ontslagvergoeding vervangt. In tegenstelling tot haar voorganger geldt de nieuwe regeling straks niet langer uitsluitend voor vaste krachten. Ook het snelgroeiende leger flexkrachten (in 2020 al 30 procent van het aantal werkenden) krijgt voortaan geld mee bij het aflopen van tijdelijke contracten.

 

Averechts
Wanneer zij op of na 1 juli twee jaar bij een bedrijf werken, moeten ze óf een vaste baan krijgen óf geld om de transitie naar nieuw werk te versnellen. Eerder kregen ze niets. De hoogte van de transitievergoeding hangt af van hoelang er is gewerkt. Minister Asscher wil met de transitievergoeding de kloof tussen vast en flex verkleinen en de mobiliteit op de arbeidsmarkt vergroten. Vaste medewerkers zullen straks in de regel bij ontslag een lagere vergoeding meekrijgen, maar het is naïef te denken dat daarmee de kosten voor werkgevers lager uitvallen. Met de crisis nog nauwelijks achter de rug, dreigen die met de invoering van de transitievergoeding de pan uit te rijzen. De minister poogt de groei van flex aan banden te leggen, maar de gekozen methode pakt averechts uit.

Voortijdige beëindiging
Het bedrijfsleven ziet momenteel geen andere weg dan het massaal afwenden van de transitievergoeding door contracten van flexkrachten in de aanloop naar 1 juli voortijdig te beëindigen.Ik vind het niet fair om in koor naar bedrijven te roepen dat ze iets ongeoorloofds doen, zoals nu gebeurt. Organisaties konden twee jaar geleden nog niet bevroeden dat de speelruimte voor opeenvolgende flexibele contracten van drie naar twee jaar zou worden ingekort en dat ze bovendien ineens kunnen worden geconfronteerd met de plicht tot het betalen van een transitievergoeding. 
Die zou overigens nog billijk zijn wanneer ervoor was gekozen deze compensatie in de toekomst uitsluitend toe te kennen aan flexwerkers waarvan het tijdelijke contract vóórtijdig beëindigd wordt. Rechtsgelijkheid ten opzichte van de medewerkers in vaste dienst is dan terecht en verdedigbaar.

Geen prikkel
Ook los van de betaalbaarheid ervan: de transitievergoeding gaat in deze vorm geen bijdrage leveren aan het sneller vinden van een baan. Net als bij de ontslagvergoeding zit ook in de transitievergoeding geen enkele prikkel ingebakken om iemand van werk naar werk te helpen. 
Anders zou het zijn als de transitievergoeding wordt uitbetaald in scholingsvouchers. Of dat er niet of niet meteen wordt uitbetaald wanneer bewijzen ontbreken dat het geld wordt aangewend voor het vinden van een andere baan. En waar blijft toch de transitiepool om mensen van werk naar werk te helpen? Allemaal verbeteringen die het bestaansrecht van de transitievergoeding kunnen vergroten.

Hoe harder je probeert iets te reguleren, hoe groter de uitwassen zijn, is ook nu weer de harde les met een gegarandeerd te verwachten hogere instroom in de ww deze zomer. Dus, minister Asscher, wilt u alstublieft snel amenderen?