In het nieuwe wetsvoorstel wordt payrolling verbijzonderd van het uitzenden.
Wel blijft dit net als voorheen het ‘ter beschikking stellen van medewerkers aan een derde, onder leiding en toezicht van deze betreffende derde”.

In het wetsvoorstel wordt payrolling als volgt gedefinieerd: het op basis van een overeenkomst (van opdracht) tussen de werkgever en de derde, waarbij van belang is te weten dat deze niet tot stand is gekomen in het kader van het samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Het gaat hierbij dus om het ter beschikking stellen van een arbeidskracht.  Deze arbeidskracht verricht onder toezicht en leiding van die opdrachtgever arbeid, waarbij degene die de arbeidskracht ter beschikking stelt alleen met toestemming van de opdrachtgever bevoegd is de arbeidskracht aan een ander ter beschikking te stellen.

Bij bovenstaande definitie zijn twee elementen van belang: de allocatiefunctie én de exclusiviteit. Wanneer een werknemer niet door de werkgever is gealloceerd en bovendien exclusief aan de opdrachtgever ter beschikking wordt gesteld dan is er sprake van payrolling en niet van uitzenden.